|
Begin juni werden er meerdere roodmussen gemeld in duingebied Oranjezon. Dat was natuurlijk een buitenkansje dus Marcel Klootwijk en ik eropaf. Ik heb altijd een beetje gemengde gevoelens als ik naar Oranjezon ga. Zeker met mooi weer, en dat was het die dag. Zonnig, warm, geen wolkje aan de lucht. Aan de ene kant is Oranjezon één van de mooiste natuurgebieden van Zeeland. Aan de andere kant... nudisten en teken. Niet speciaal in die volgorde. Ik heb het niet zo op nudisten. Niet omdat zij naakt zijn, dat moeten ze zelf weten. Nee, omdat ik daar met een verrekijker rondloop. Hoe denkt u dat ik me voel als ik met een verrekijker de duinen af zoek naar een een glimp van een roodborsttapuit of sprinkhaanzanger en ineens een naakte vent zie liggen? Die mij vragend aankijkt. Laats liep ik bij 'de stenen brug' de trap op toen er net een nudist naar beneden kwam zetten. Ik kan u vertellen, op een trap is een nudist geen fijn gezicht. Toen zijn naaktheid op ooghoogte voorbij kwam bungelen wilde ik dat ik postzegels verzamelde.
Roodmussen staan er om bekend dat ze reageren als je hun zang na-fluit, het typische 'pleased-to-meet-you'. Dus zodra we het gebied binnen liepen zetten Marcel en ik het op een fluiten. Zonder veel succes mag ik wel zeggen. Ook op de plek waar er die morgen nog één was gezien kregen we geen antwoord. Na een half uurtje besloot Marcel de omgeving af te gaan zoeken terwijl ik het in de buurt van de melding bleef proberen. 'Pleased-to-meet-you'. 'Pleased-to-meet-you'. Plots zag ik iets bewegen in een bosje nog geen 10 meter verderop. Daar maar eens proberen. De zon had mijn lippen inmiddels veranderd in tuttie fruttie en er kwam niet veel meer uit dan een 'fliep-to-meathook'. Aandachtig tuurde ik in het bosje of de vogel zich nog eens zou laten zien, toen... "Hallo!" Achter mij stond een vrouw van in de 50. Duidelijk een natuurmens. Kort grijs haar, een 'save the planet' shirt, korte kaki broek met veel te veel zakken, wandelschoenen met de sokken erover gevouwen en een rugzak met aangehechte drinkfles. Dit was wel het laatste waar ik op stond te wachten. Vogelaars zijn per definitie geen sociale mensen. Ook ik niet. Althans, niet in het veld. Vogelen is kijken, maar vooral luisteren. En dan wil je niet dat er iemand gezellig in je oor komt tetteren. "Als je herten zoekt, die zitten daar verderop. Ik heb ze net nog gezien", zei ze vriendelijk. Ik haalde een keer diep adem en liet de lucht met een zucht ontsnappen. Zou ik hier als een waanzinnige The Stones staan fluiten als ik herten zocht? Zou ik hier al die tijd naar een bosje staan kijken in de hoop een gewei te ontdekken? "Nee hoor, mevrouw. Ik zoek een roodmus", antwoordde ik beleefd. "Een roodmus. Wat is dat?" Een aan kwaadheid grenzend onbehagen begon zich van mij meester te maken. Wat zou een roodmus nou zijn? "Een roodmus is een soort vink waarvan het mannetje rood gekleurd is, mevrouw." "Goh. Komen die hier voor dan?" De zon brandde nu in alle hevigheid. Mijn rugzak voelde zwaarder aan dan ooit. Waarom moest mij dit nu weer overkomen. Zie ik er uit als iemand die van gezellige praatjes houd? "Nee, deze is verdwaald", antwoordde ik dit keer iets minder enthousiast. "Ik stoor toch niet?" De koek was op. Er zat onvoldoende rek in mijn sociale vermogens om nog langer vriendelijk te blijven. "Als ik er één vind zal ik het hem vragen."
Uiteindelijk hebben Marcel en ik die dag, ondanks goed zoeken, geen roodmus meer gevonden. De volgende ochtend lag er wel een roodmens in bed. Vanaf nu standaard zonnebrandcreme in de fototas.
|